Zeven jaar lang was Michiel de Wilde topsporter. Die tijd is voorbij: hij staat tegenwoordig lángs het parcours om zijn vrouw aan te moedigen. Claudine Jansen gaat met hem in gesprek over een totaal ander leven, waarbij hij op totaal andere manieren naar uitdagingen op zoek gaat.
De Wilde klinkt opvallend uitgerust en even opgelucht als we via Zoom met elkaar praten: vooral over die ene ‘waarom-vraag’. De voormalig profatleet belandde in 2015 via het roeien in de triatlonwereld. Voor zijn achttiende verjaardag kreeg hij van zijn moeder een startbewijs voor de marathon in New York cadeau (tijd: 4.48, red.) en toen was het spreekwoordelijke zaadje geplant. Op en ook buiten het parcours stond hij bekend als ‘The Wild One’ en vooral ook een altijd goedgeluimde prof die vooral heel hard kan fietsen. Maar dat nu dus nu niet meer doet.
Waarom ben je eigenlijk gestopt?
“Het was tijdens Ironman Klagenfurt in 2024: ik fietste toen dicht achter de kopgroep. Dat leidde tot boosheid: eerlijk gezegd was ik ook overtraind. Mijn hele leven draaide om triathlon en ik was er 24/7 mee bezig. De sport vormde mijn hele identiteit. Dus ‘Michiel’ was gewoon triatleet en niet een leuke vriend. Geen vakantie, geen weekend. Tijdens die wedstrijd knapte er iets en ik dacht: ik heb zo hard getraind en anderen zitten in mijn wiel en profiteren. Ik ben toen uitgestapt omdat ik er gewoon helemaal klaar mee was.”
Heb je na Klagenfurt nog een race gedaan?
“Ja, XL Gerardmér. Caressa (vriendin, red.) en ik waren tot drie dagen voor de start ziek en besloten wel te starten. Ik deed mijn eigen race, maar was zo slecht. Caressa haalde me in. Zij was eigenlijk nog best goed. Doordat ik me slecht voelde, ben ik echt door de halve marathon gestrompeld. Toch vond ik het, samen met haar, superleuk. Ik had het plezier terug en daarmee was de cirkel rond. Ik besloot dat het klaar was.”
Je was het plezier totaal kwijt?
“Eerst stond alles in het teken om zo goed mogelijk te presteren, beter te worden en te kijken wat de zwaktes in mijn hoofd waren. Daar draaide alles om in deze sport. De lol was weg en eigenlijk lag de lat altijd te hoog.”
Toen je niet meer puur voor de winst ging, kwam toen de lol ook terug?
“Ja. Het winnen liet ik los. En daarnaast ging ik iets anders zoeken om mijn om hoofd af te leiden. Iets van ‘gewoon werk’.”
Wat voor baan heb je?
“Fondswerver bij een ziekenhuis. Die functie bestond nog niet en heb ik helemaal opgezet. Ik hou me bezig met medische innovatie en dat begint nu te lopen.”
Bevalt het?
“Voor nu wel. Maar, ik ben op zoek naar iets waar ik echt mijn tanden in kan zetten, zoals ik met triathlon had.”
Je bent van sporter naar supporter getransformeerd.
“Ik was bij de eerste marathon van Caressa, als een soort cadeautje, haas. Ik moest trouwens best doorlopen voor een tijd van 3:17 uur. Ik zag het ook een beetje als iets teruggeven. Vroeger ging het altijd om mij en mijn planning. Nu niet meer.”
Gaat zij voor een triathloncarrière?
“Zeker. Ze is bloedfanatiek. Ik vind het mooi om te zien dat ik haar af en toe moet remmen of dan juist weer moet supporten. Zij sleept me mee naar het zwembad en ik vind het ook weer leuk om met haar hard te lopen. Morgen gaan we samen naar de baan. Ik ben ook haar klankbord en probeer haar te behoeden voor valkuilen.”
Ben jij ook haar coach?
“Nee. Het is toch beter als iemand anders dat doet.”
Hoe is het voor jou om een relatie te hebben met een triatleet?
“Als ik vroeger op wintersport ging, had ik altijd mijn fiets bij me”, lacht De Wilde. “Lekker met mijn Tacx in het appartement fietsen. Eind deze week gaan we naar de sneeuw en de Tacx gaat opnieuw mee. Raad eens voor wie? Precies, voor Caressa.”
Had je achteraf gezien niet een coach moeten hebben die je had behoed voor overtraining?
“Ja. Het is van essentieel belang dat een coach niet voor zijn eigen doelen gaat. Een coach moet door de sporter heen kunnen prikken, vooral als die atleet zelf dingen vertelt. We (atleten, red.) verbloemen dingen. We zeggen dat een training wel goed is gegaan en dat het pijntje meeviel. Een coach moet opvangen, afremmen en ook de signalen van vermoeidheid herkennen. Met de kennis van nu, was mijn eerste coach – Paul Verkleij – de beste. De meesten van ons hebben geen coach nodig voor de motivatie om te trainen, maar wel om bij te sturen.”
Tekst gaat verder onder afbeelding

Is je sociale leven veranderd nu je niet de hele week meer traint?
“Vroeger kon ik ook met mijn vrienden trainen, nu kom ik ze soms ook bij een concert tegen. Onlangs nog, bij Acda en De Munnik.”
Hoeveel train je nu nog?
“Tien uur in de week. Maar primair omdat ik sporten gewoon heel leuk vind en er gelukkig van word.”
Ik vernam dat je misschien wel weer prof wil worden: als wielrenner of op de gravel.
“Vorig jaar deed ik wielrenwedstrijden en werd ik derde. Heel mooi dus, maar ik merkte dat ik meteen weer in de valkuil belandde omdat ik bloedfanatiek was.”
Van sporter werd je dus supporter. Hoe was het om je vriendin aan te moedigen bij haar eerste Ironman in Klagenfurt?
“Heel leuk en ook totaal anders. Als prof denk je dat je een God van de wereld bent en dat de hele Ironman om jou draait. Je start, ligt in het water en de hele dag tijdens de race zie je niks van de hele sfeer rondom het evenement. Opeens stond ik in Klagenfurt voor het eerst te kijken bij de Age Groupers en hoe die het water in gingen. Toen realiseerde ik me pas dat triathlon veel groter is dan alleen de profs. Langs de kant staan allemaal supporters voor hun eigen atleet, die een eigen verhaal heeft en heel erg naar de race heeft toegeleefd.”
Dus de hele heb je haar aangemoedigd?
“Zeker. Met de shuttlebus naar verschillende plekken, natuurlijk met een powerbank op zak omdat de telefoon anders te snel leeg is. En eerlijk gezegd: je bent er wel van begin tot het einde mee in touw.”
Hoe is Caressa uiteindelijk in de triathlon beland?
“Vroeger wilde ze altijd al een Ironman doen. Ik was prof en zij vooral wielrenner. Ze kreeg een blessure na een val en kon toen met mij mee naar Spanje, waar ik drie maanden op trainingskamp ging. Ze deed sommige trainingen mee en ik heb haar leren zwemmen. Op een gegeven moment kwamen de Brownlee broertjes langs en ook andere profs, en Caressa zwom gewoon met ons mee. Er was natuurlijk wel niveauverschil, maar zo is ze er steeds meer ingerold.”
Wil ze een pro worden?
“Ja, dat lijkt haar heel tof. Ook gewoon om dat niveau te halen. Zwemmen gaat hartstikke goed en dat geldt ook voor fietsen en lopen.”
Maar ga je haar niet behoeden of het zelfs afraden?
“Zeker niet. Ik vind het nu leuk om haar aan te moedigen en zelf niets te doen. Het competitieve racen hoeft even niet.”
Heb je terugkijkend een beetje wroeging?
“Eerlijk antwoord? Ja, ik had alles wat subtieler moeten doen. Maar ik ging gewoon ‘all-in’. En nu zie ik nog steeds mensen die op Instagram vertellen hoe hard ze hebben getraind. Bijvoorbeeld volgens de Noorse methode, alles op wedstrijdtempo en echt tot de perfectie uitgevoerd. Terugkijkend had ik meer willen genieten. Ik vloog de wereld over, maar was alleen maar aan het trainen. Hard, lang en veel.”
Was je een betere atleet geweest als je meer rust had genomen?
“Ja. Je moet niet altijd op 100 % trainen.”
Vroeger begon je dag met sporten en schema’s. Hoe is dat nu?
“Ik sport nog wel dagelijks, maar zonder schema’s. Behalve als ik echt lange kantoordagen hebt, dan schiet er soms nog wel een training bij in. Maar het meeste werk ik thuis en kan ik dus gewoon gaan.”
Mis je het euforische finishgevoel niet?
“Zeker. Maar dat zoek ik nu in andere dingen.”
Bijvoorbeeld?
“Mijn vriend Tjebbe werd dit weekend 40 jaar en dat was echt een van de leukste dagen in jaren. Met negentien jongens – en Caressa – waren we aan het mountainbiken. Heel gezellig, ook elkaar er een beetje af proberen te rijden, praten, en in de auto op de weg terug waren we high van de endorfine.”
Hoe ziet je toekomst eruit?
“Ik ben zoekende. Naar iets waar ik mijn tanden in kan zetten. Ik ben nu nieuw beleid aan het schrijven op het werk. Dat kost maanden, ik werk naar iets toe en het kost tijd, moeite en energie.”
Ga je ooit weer als Age Grouper van start?
“Nee.”
Hoe is jouw lijf veranderd?
“Ik ben spieren kwijtgeraakt, maar voel me een stuk uitgeruster. Ik ben echt maandenlang moe geweest. Nu ik geen prof meer ben, kan ik zoveel meer doen. Werken en daarnaast sporten.”
Heb je ook weer meer energie?
“Veel meer.”
Ben je gelukkiger nu je geen pro meer bent?
“Dat vind ik echt een moeilijke vraag. Terugkijkend vond ik het een supermooie periode, maar het gaf ook heel veel stress en ik heb er met de kennis van nu te weinig van genoten. Nu voel ik minder stress en geniet ik meer van mijn leven.”
Michiel de Wilde: van topsporter naar supporter




















