Met een frisse coupe, lekker blond geverfd, is Tristan Olij al twee weken op Kona en heeft hij nu nog iets minder dan twee weken te gaan voor hij los mag bij het WK Ironman op The Big Island. De Nederlandse topatleet voelt zich goed, sterk, misschien wel in zijn beste vorm ooit, en kijkt enorm uit naar wedstrijddag. “Ik geniet hier en ik heb er echt heel veel zin in.”

Eerst dan even die blonde haren: Olij is in één keer een opvallende verschijning met het kapsel dat wel wat wegheeft van dat van Eminem in zijn hoogtijdagen. “Ja, mooi toch?”, lacht Olij hard en enthousiast als we erover beginnen. “Ik zit hier met mijn vrouw – en een vriendin van haar – en zij wilde dit altijd al een keer zien. Ach, ik heb nu toch kort haar, ik vond het wel prima, dus heb ik het maar gedaan.”

Het zegt iets over de ontspannenheid waarmee Olij zich de afgelopen weken al over Kona begeeft en ook het ontspannen gevoel waarmee hij richting het WK gaat. Geen wonder ook; Olij stond twee jaar geleden al aan de start op Kona, werd toen sterk 22e, maar haalde vooral ook veel leerpunten uit die wedstrijd. “Mijn zwemmen was toen slecht: ik kwam met mannen als Lionel Sanders uit het water. Dat mag nu niet meer gebeuren. Ik heb de laatste maanden ontzettend hard aan mijn zwemmen gewerkt en ik merk echt dat het beter gaat. Ook hier, tijdens open water trainingen, voelt het ontzettend goed. Ik hoop in de tweede groep uit het water te komen.”

Marathon kwestie van ‘goed pacen’

In een voor Olij ideaal scenario, zo vertelt hij, zijn mannen als Sam Laidlow en ook landgenoot Menno Koolhaas dan al gevlogen in een kleine kopgroep. “Het zou mooi zijn als ik dan in een iets rustiger rijdende tweede groep zit, met mannen als Magnus Ditlev en Kristian Blummenfelt: tenslotte ook de mannen met wie ik in Roth kwam te zitten. Dan is het vervolgens op de fiets kijken hoe alles aanvoelt en wordt het met de marathon vooral een kwestie van niet te hard starten en dus goed pacen.”

Dat pacen tijdens de marathon, dat zou volgens Olij wel eens de belangrijkste sleutel tot succes kunnen zijn. De zware omstandigheden op Kona zijn ‘killing’. “Twee jaar geleden ben ik te hard gestart, heb ik misschien ook te weinig gekoeld, en uiteindelijk liep ik toen een langzame marathon van drie uur. Dat is gewoon niet voldoende. Als ik daar nu een hele hap vanaf kan halen, kan ik best ver komen.”

‘Ik ben geen Blummenfelt of Iden’

Hoever is dat dan: ‘ver komen’? Olij is duidelijk. “Ik ben realistisch genoeg om te weten dat ik geen Kristian Blummenfelt of Gustav Iden ben. Daarom ga ik me vooral aan mijn eigen wedstrijdplan houden. Dat plan heb ik van tevoren gemaakt en daar heb ik honderd procent vertrouwen in. Dat is denk ik ook het belangrijkste: vol vertrouwen hebben in je eigen plan en je daar voor honderd procent aan toewijden. Na afloop kun je jezelf dan nooit iets verwijten, wat voor resultaat er uiteindelijk ook bij hoort. Als ik top vijftien haal, zou ik dat goed vinden, top tien zou fantastisch zijn.”

Dromen over meekunnen met de allersnelste mannen, doet Olij misschien heel stiekem, maar daar spreekt hij zich niet hardop over uit. “Daar denk ik niet teveel over na, dat is misschien iets voor de wedstrijddag zelf. Ik moet me gewoon écht aan mijn eigen plan houden. Ik ben in ieder geval beter voorbereid dan twee jaar geleden, heb een betere vorm en voel me zelfs sterker dan ooit. Twee jaar geleden had ik het gevoel dat ik in de laatste weken echt nog moest verbeteren, terwijl ik nu de juiste vorm al te pakken heb en vooral moet onderhouden. Dat voelt goed.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Tristan Olij tijdens één van z’n trainingen op Kona (Foto: aangeleverd)

Zware en snelle wedstrijd: ‘Dat weet je, het is een WK’

De wedstrijd wordt hoe dan ook zwaar, dat weet Olij ook wel. En zal sneller gaan dan twee jaar geleden: “Het niveau van de mannen wereldwijd is alweer zóveel sterker geworden. Toen werd ik 22e in 8:06 uur, maar ik denk dat de volledige top twintig nu sowieso allemaal sub8 gaat. Nee, daar word ik niet zenuwachtig van. Dat weet je, het is een WK.”

Olij koos er dit keer bewust voor nóg veel eerder richting Kona af te reizen: 14 september kwam hij al aan op de plek waar het op 10 oktober allemaal moet gebeuren en dus kan hij zich ongeveer een maand in volle focus voorbereiden. “Mijn vrouw is mee, mijn moeder, mijn fysio. Er wordt goed voor me gezorgd. Het is vooral trainen en af en toe een leuk tentje opzoeken. En vooral weer wennen aan de hitte.”

‘Hitte wordt beslissende factor’

Want heet wordt het, ook dat weet Olij. “Dat is de beslissende factor tijdens de wedstrijd. De warmte voelt hier echt als een deken die over je heen valt. Als je op de bank zit, kun je zomaar een zweetaanval krijgen. Het is echt bizar. Als de zon niet schijnt, tikt de temperatuur makkelijk de 32 graden aan. Laat de zon zich wel zien, loopt het op tot veertig graden. Op het parcours is nergens schaduw en de wind is volledig onvoorspelbaar. Soms heb je twintig kilometer lang geen zuchtje wind, draai je een bocht om, en moet je moeite doen om in je ligstuur te blijven liggen. Er is geen pijl op te trekken.”

Tot slot kijkt Olij desgevraagd nog even naar de Nederlandse strijd, want ook Koolhaas en Youri Keulen komen op 10 oktober in actie. “Het zou fantastisch zijn als beide mannen het ook goed doen. Menno maakt serieus kans om het podium te halen. Van Youri vind ik het lastig om te zeggen, want hij heeft pas één hele gedaan. Maar, als je kijkt naar het verleden; wat hij in Singapore heeft gedaan (toen hij de T100 Singapore in bijna vergelijkbare warme en luchtvochtige omstandigheden won, red.), laat zien dat het hier op Kona ook mogelijk zou zijn. Maar goed, het is bij deze wedstrijd wel écht heel makkelijk om jezelf volledig over de kop te jagen. En als dat gebeurt, krijg je je temperatuur nooit meer naar beneden en is het over en uit.”