Vasco Vilaca is eindelijk van zijn verafschuwde ‘nul’ af: de Portugees won, na haast ontelbare zilveren en bronzen medailles, zojuist de eerste WTCS van het seizoen en daarmee zijn eerste WTCS ooit. In Samarkand, Oezbekistan, besliste hij de wedstrijd in de laatste vierhonderd meter met een vernietigende sprint. Minstens zoveel indruk maakte de Nederlander Ian Pennekamp, die de hele dag sterk racete en dankzij een geweldig slotstuk naar een tiende plaats snelde.

Al vroeg tijdens het zwemonderdeel trok de jonge Hongaar Márton Kropkó het veld volledig uit elkaar; hij zwom zelfs zo sterk, dat hij een paar lichaamslengtes voorsprong wist te pakken en als eerste uit het water kwam. Het zorgde ervoor dat hij uiteindelijk in de eerste kilometers op de fiets aan de leiding kwam te rijden, bijgestaan door de Braziliaan Miguel Hidalgo, maar de acht seconden die ze te pakken hadden, verdwenen ook weer snel. Twee groepen sloten van achteren aan en dat zorgde ervoor dat de meeste favorieten in een fors peloton op de fiets bij elkaar kwamen. Toch ontbraken er ook een aantal namen in deze groep, zoals bijvoorbeeld die van Hugo Milner, Oliver Conway, Alessio Crociani, David Cantero del Campo en Maxime Hueber-Moosbrugger. Namens Nederland maakte Ian Pennekamp indruk; in tegenstelling tot zijn landgenoot Gjalt Panjer, die vandaag geen enkele vuist kon maken, wist Pennekamp zich sterk te handhaven in de kopgroep en dat zou ook zo blijven tot aan T2.

De grote groep bleef dan ook in z’n geheel bij elkaar tot de tweede wisselzone, op twee atleten na: Kropkó zag het wel zitten om nóg een aanval te plaatsen, deed dat in de laatste zeven kilometer van het fietsonderdeel en kreeg toen de Amerikaan Chase McQueen mee. Ook al reden beide atleten pas in de laatste zeven kilometer weg, slaagden ze er nog wel in een voorsprong van 25 seconden te pakken. Vooral Kropkó gaf met zijn vele aanvallen veel kleur aan de wedstrijd en zorgde voor vuur en spektakel.

Ook tijdens de run bleef Kropkó pushen en leek hij nog steeds niet door z’n energie heen. Tot hij na zo’n twee kilometer ineens met kramp stil kwam te staan althans en hij daarmee zijn droom van een mogelijke stunt uit elkaar zag spatten. Het was meteen ook het moment dat er een kopgroep met Tom Richard, Csongor Lehmann, Miguel Hidalgo, Vasco Vilaca, Charles Paquet, Henry Graf, Ricardo Batista en Tim Hellwig vormde, al waaierden niet veel later ook daar weer de eerste mannen af.

Met nog zo’n vijf kilometer te gaan liepen alleen Graf, Paquet en Vilaca aan de leiding, kort gevolgd door Richard, Lehmann en Batista, terwijl van achteren en in rap tempo mannen als Milner, Conway en Cantero del Campo kwamen oprukken. Ondertussen bleek Pennekamp ook tijdens de run sterk; halverwege kwam hij als elfde door, daarmee afstevenend op een regelrechte topklassering.

In de laatste kilometer plaatste Paquet de eerste serieuze move in het kopgroepje van drie, maar Vilaca en ook Graf konden prima volgen. Vilaca had in de allerlaatste meters nog een sprint in de benen, want met zo’n vierhonderd meter te gaan ging hij ineens vol op het gas en dropte hij zijn rechtstreekse concurrenten.

Vilaca won de wedstrijd, zijn eerste WTCS ooit dus, in een tijd van 1:43:33. Graf werd tweede in 1:43:37 en Paquet derde in 1:43:41. In de absolute slotfase wist Pennekamp nog een plekje te winnen en daarmee een top tien-klasseringen te pakken. Hij werd tiende in 1:44:39. Panjer werd uiteindelijk veertigste – voorlaatste – in 1:49:48.