Wie op de uitslagenlijst van Challenge Almere-Amsterdam kijkt, vindt Dieske Kruisselbrink terug op een negende plaats, meer dan 1:20 uur achter winnares Kyra Meulenberg. Sportief gezien een tegenvallende prestatie, maar uit een zeer open en ook emotionele post die Kruisselbrink na afloop plaatste, bleek waarom. Des te meer wordt duidelijk dat de prestatie van Kruisselbrink in het juiste perspectief geplaatst moet worden en de sportieve prestatie eigenlijk totaal irrelevant is.
“Ik wil open en eerlijk zijn”, begint Kruisselbrink haar relaas. “Voor een groot gedeelte van mijn leven, heb ik gestruggeld met depressieve gevoelens. Vaak voel ik die gevoelens aankomen, maar tijdens de wedstrijd nam het me compleet over tijdens het fietsen. Het is lastig uit te leggen, maar mijn wereld wordt een hele donkere plek en het maakt me ongelooflijk oncomfortabel. Het is niet zomaar een ‘slechte dag’ of een ‘slecht moment’ zoals we die allemaal wel eens hebben. Ik heb het niet onder controle, het is eng en het vraagt veel van me. Trainen of racen is dan absoluut irrelevant.”
Kruisselbrink geeft aan dat ze de afgelopen jaren van alles heeft geprobeerd, waaronder therapie, psychologen en zelfs anti-depressiva toen ze nog maar zeventien jaar oud was. “Terwijl ik een aantal dingen heb ontdekt die de depressieve gevoelens triggeren of voorkomen, voelt het soms alsof ik niet veel verder kom. Ik krijg professionele hulp.”
Kruisselbrink wijst naar haar verleden in de turnsport – en de manier waarop dat voor haar stopte, door zwaar knieletsel na een val – als één van de oorzaken voor de depressieve gevoelens die ze ervaart. “Weinig mensen weten hoe lang en moeilijk de weg is geweest die ik sindsdien heb afgelegd, en ik ben ontzettend trots en dankbaar voor alles dat ik sindsdien heb gedaan én de mensen die me daarbij hebben geholpen. Maar, het heeft zijn sporen achtergelaten: meer dan ik zou willen.”
Challenge Almere-Amsterdam werd dus zo’n dag met duistere, donkere gevoelens voor Kruisselbrink, maar ze wilde niet opgeven. “Ik wilde ‘het’ niet laten winnen en ik zou me zwak voelen als ik had opgegeven. Daarom ben ik doorgegaan tot de finish, ook al racete ik niet meer. Dit was duidelijk niet waar ik voor kwam of waar ik me voor had voorbereid, maar voor mij was dat niet het belangrijkste meer.”
“Ik word vaak gezien als een sociaal, extravert persoon die vol energie en optimistisch in het leven staat. En dat is ook hoe ik ben. Maar soms kan het contrast niet groter zijn. Het is niet iets dat ik ben, maar iets dat ik heb. En ik ben niet de enige.”
























