Tussen een veld vol wereldsterren – en waar door winnaar Sam Laidlow uiteindelijk ’s werelds snelste tijd ooit werd genoteerd – werd Menno Koolhaas afgelopen zondag vierde bij Challenge Roth. Die ‘chocolademedaille’ was natuurlijk een prestatie van formaat, des te meer omdat de Nederlander na afloop liet weten niet zijn állerbeste dag te hebben. “Mijn fietsbenen waren niet honderd procent.”

Koolhaas zal al vanaf de start uitstekend in de mix, toen hij samen met Sam Laidlow, Jonas Schomburg, Rico Bogen en Fynn Grosse-Freese in het water in een kopgroepje terecht kwam. Deze vijf mannen bleven 3.8 kilometer lang bij elkaar, maar op de fiets werd de kopgroep dan toch uit elkaar geslagen, voornamelijk door het hoge tempo van Laidlow, Schomburg en Bogen, die daarmee eerst Grosse-Freese en daarna ook Koolhaas van zich afschudden. Voor Koolhaas volgde een lastig scenario, omdat hij voor een groot gedeelte van het fietsonderdeel in niemandsland kwam te rijden en veel zelf moest doen. “Ik had een goede swim en run, maar helaas waren mijn fietsbenen niet honderd procent. In een sterk veld als dit, word je daar hard voor afgestraft.”

Koolhaas geeft aan vooral trots te zijn. “Op dat ik niet heb opgegeven en mezelf met een goede run heb teruggevochten naar een positie waar ik tevreden mee ben. Daarop kan ik doorbouwen nu ik blijf verder werken richting mijn doelen.”

Laidlow won Challenge Roth in een nieuw wereldrecord van 7:21:04. Kristian Blummenfelt finishte als tweede in 7:26:24 en Bogen als derde in 7:27:53. Koolhaas werd vierde in 7:30:00.