Alsof haar Nederlandse titel op het NK Sprint (31 mei, red.) en Nederlandse titel op het NK Midden Afstand (14 juni, red.) nog niet genoeg waren, heeft de Almeerse Silke de Wolde vandaag opnieuw toegeslagen bij het NK Standaard Afstand. In een bloedheet Rotterdam besliste ze de wedstrijd opnieuw tijdens de run en beloonde ze zichzelf met een magische, historische en vooral indrukwekkende derde Nederlandse titel op rij in slechts drie weken tijdsbestek.

In het warme water van de Willem Alexander-Roeibaan – circa 24 graden en dus werd er zonder wetsuits gezwommen – was het Merel Veltman die aanvankelijk het initiatief nam. De eveneens Almeerse atlete moest ook wel, want met een eerste onderdeel dat meteen ook haar sterkste is, voelde ze de letterlijk en figuurlijk hete adem van haar concurrentes eigenlijk direct in haar nek. Veltman kwam na 19:32 minuut uit het water en had toen een mooie voorsprong van 27 seconden op Aniek Mars, 31 seconden op de Franse Pauline Courret, eveneens 31 seconden op Maaike Vooren en 32 seconden op De Wolde. Ook Eva Cornelisse en Kim Groeneveld, die een handjevol seconden meer toegaven, hadden prima aansluiting, voordat het gat naar achteren met ruim twee minuten aanzienlijk groter werd.

Op de fiets kreeg de wedstrijd nog meer vorm en werd al duidelijk welke dames de hoofdrol zouden gaan spelen; Groeneveld slaagde er niet in naar de voorste groep te rijden en Courret moest er na een aantal kilometer juist vanaf. Daardoor bleven met Veltman, Mars, Cornelisse, De Wolde en Vooren vijf koploopsters over, waarvan één dame de beste papieren had: De Wolde was de afgelopen weken dus al geweldig op dreef met nationale titels op het NK Sprint Triathlon én NK Midden Afstand en zou vandaag, bij winst, voor een unieke triple kunnen zorgen. Tegelijkertijd verdedigden Cornelissen en Mars een tweede en derde plaats van vorig jaar, dus ook voor hen stond er nét iets meer op het spel. Titelverdediger Babette Rosman was er vandaag overigens niet bij; zij is aanwezig bij de WTCS Quiberon.

De vijf vrouwen werkten op de fiets goed samen en tijdens de rondjes rond de Willem Alexander-Roeibaan werd hun voorsprong alleen maar groter. Sterker nog; toen zij de run met 4:10 minuut voorsprong op Pauline Courret en zelfs 5:21 minuut op een grotere groep daarachter begonnen, was al duidelijk dat de podiumplaatsen onder de vijf koploopsters verdeeld zouden worden.

Snelste wissel was dan wel voor Veltman – in ieder geval van die vijf vrouwen – maar lang kon ze niet genieten van het idee dat ze wel eens zou kunnen winnen; dat liet De Wolde niet toe en met een haast haarfijne precisie nam ze al binnen de eerste meters de leiding in de wedstrijd over en die zou ze ook niet meer uit handen geven. Tijdens de vier looprondes pakte ze keer op keer meer voorsprong, om uiteindelijk te winnen in een tijd van 2:06:20. Veltman werd tweede in 2:07:31 en het brons was voor Cornelisse, die na 2:09:10 finishte.