Dit weekend was er het Belgisch kampioenschap korte afstand (9-44-6) te Ronse. Het loopparcours waren rondes van 3 km in het centrum en dus vrij bochtig. Het fietsparcours was 8,8 km per ronde (5x) met één kasseistrook en één helling waarop toch iets ondernomen kon worden. Ik had voor de wedstrijd maar één keer het parcours kunnen verkennen en ik kon mij iedere bocht dus niet perfect herrineren.

In het eerste lopen nam Rob Woestenborghs de leiding. Aangezien ik van plan was om eerder in het fietsen iets te proberen was het zeker niet mijn bedoeling om in het lopen de leiding te nemen. Al vrij snel was Rob enkele meter los, maar veel meer is dat nooit geworden. Vooral onder het impuls van een Luxemburger werd het gaatje niet echt groot, toch moest deze de laatste ronde afhaken en ik liep dan nog enkel met Kris Coddens tezamen. Dan hebben we eigenlijk dat gaatje naar Rob terug dichtgelopen en we zijn dus met drie de eerste wisselzone binnengelopen.

Helemaal in het begin van het fietsen lag er een kasseistrook met daarnaast een heel smal voetpad. Op die manier kon je natuurlijk de kasseien vermijden, maar niet zonder gevaar, want zo is Kris direct lekgereden. Rob had meer geluk, maar toch was ik weggereden op die kasseistrook. Ik ging onmidellijk door aangezien dit een ideaal moment was. Achter ons was er toch een vrij groot tijdsverschil waardoor het echt man tegen man was en het dus de moment was om extra bonus tijd te nemen. Spijtig genoeg stond er kort daarna een seingever niet op zijn plaats, en had de auto die voorop reed zich langs de kant geparkeerd, en fietste ik zo de verkeerde kant op. Ik had vrij snel Rob terug te pakken, maar uiteraard was er bij ons van samenwerken geen sprake. Toen is Bart Aernouts ook vrij vlot kunnen terugkomen.

Nog diezelfde ronde ben ik op de helling in het parcours terug weggereden. Ik had direct een vrij mooi gaatje en ik dacht wel dat het mogelijk zou zijn om weg te blijven. Maar op de vlakke stukken werkten Rob en Bart 200% tezamen, waardoor ze mij een zestal kilometer later terug te pakken hadden. Eens terug samen viel het bij ons helemaal stil en aangezien mij enkel de eerste plaats interesseerde was ik niet van plan om mijn pogingen stop te zetten. Ik hoopte eigenlijk dat er zo snel mogelijk volk zou terugkeren omdat het dan gemakkelijker stil zou vallen achter mij. Maar toen vroeg Bart mij om toch een beetje mee te draaien om zijn overwinning bij de beloften niet in het gedrang te brengen. Omdat ik het goed kan vinden met Bart heb ik dat toen ook gedaan. Op die moment wist Rob mij trouwens te vertellen dat ik er toch nooit in zou slagen om weg te blijven op de fiets en dat ik er het laatste lopen toch sowieso aan was voor de moeite omdat hij de betere is in het lopen, daar is hij achteraf serieus op afgerekend.

In de derde ronde draaide ik als derde in bij het oprijden van de helling. Rob en Bart reden de helling op naast elkaar, heel traag, af en toe een beetje achteruitziend zodat ik zeker niet kon passeren en dus nogmaals proberen weg te rijden! De rest van de ronde werd er bij ons rondgedraaid, maar eigenlijk maar op 50% van onze capaciteiten. Zo konden we de volgende ronde, bij het begin van de helling, zien dat het achtervolgende groepje ons bijna te pakken had. Dit leek mij een ideaal moment om nog eens te proberen en dit lukte ook. Maar toch slaagden Rob en Bart eerst nog eens de handen in elkaar om mij terug te halen, alvorens zich te laten inlopen.

Aangezien het toen al de laatste fietsronde was leek het voor mij onmogelijk om nog te winnen. Ik had al vrij veel ondernomen in het fietsen en normaal is Rob iets sterker in het tweede lopen. Na de kasseistrook heb ik dan gewoon Bart laten rijden en Rob had daar blijkbaar geen problemen mee, wellicht in de overtuiging dat hij Bart in het laatste lopen toch terug zou passeren. Bij ons viel het helemaal stil en zo kwam Bart de wisselzone binnen met een voorsprong van 1’08” op ons.

Rob kon met een achtal seconden voorsprong aan het tweede lopen beginnen omdat hij (wellicht per ongeluk) zijn fiets op mijn loopschoenen had gezet. De eerste loopronde kon hij het gat iets groter maken maar dan kwam ik steeds dichterbij. Op anderhalve kilometer van de finish haalde ik hem terug bij en ik besloot om de sprint af te wachten. Ik heb nog maar heel zelden een eindsprint geplaatst in een duathlon, maar ik weet dat ik daar normaal niet zo slecht in ben. Uiteindelijk won ik de spurt van Rob en strandde zo op een tweede plaats op 23 seconden van Bart Aernouts.

Volgend weekend start ik in Hongarije aan een Wereldbekerwedstrijd korte afstand.

Groetjes,
Joerie.